CdK René Paas. (foto: provincie Groningen)
CdK René Paas. (foto: provincie Groningen)

Noordelijke provincies willen meebetalen aan realisatie van Lelylijn

Algemeen

REGIO - De bestuurders van de noordelijke provincies en gemeenten willen mee investeren in de realisatie van de Lelylijn. Tijdens een gesprek met Lelylijn-gezant Klaas Knot was de boodschap aan Den Haag duidelijk: investeren in infrastructuur kost geld, maar levert in de toekomst ook geld op. 

De Lelylijn is de noodzakelijke lange-termijn investering in ruimtelijk-economische structuren van heel Nederland. Waarbij de investering voor de baat uit gaat. Met de nieuw samen te stellen regionale investeringswerkgroep onderzoekt noordelijk Nederland de financiële mogelijkheden op lange termijn om de aanleg van de Lelylijn zeker te stellen. ,,We zien het advies van Lelylijn-gezant Klaas Knot als een logisch en gedegen advies, en beginnen als noordelijk Nederland met ons aandeel. Een regionale investeringswerkgroep gaat aan de slag met het verkennen van een regionale bijdrage aan de 10% alternatieve financiering. Juist in deze onzekere tijden is het van belang om te blijven investeren in de toekomst. Daar willen we samen met het kabinet mee aan de slag’’, aldus Gronings Commissaris van de Koning René Paas, ook voorzitter van de Stuurgroep Lelylijn.

Regionale bijdrage
De regionale investeringswerkgroep gaat aan de slag met de voorbereiding van het Sparend Gebiedsfonds Lelylijn, een spaarmodel op basis van een jaarlijkse storting van 400 miljoen euro, dat oud DNB-president Knot heeft voorgesteld. Verder worden mogelijkheden voor de regionale bijdrage aan 10% alternatieve financiering uitgewerkt, waar ook het bedrijfsleven en Europa een bijdrage aan kunnen leveren, als aanvulling op financiering van het Rijk. Het aanleggen van de Lelylijn heeft een lange doorlooptijd (circa 25 jaar) en hiermee is een grote investering gemoeid. Het is daarom wenselijk om nu al geld te gaan reserveren. Via het Sparend Gebiedsfonds kunnen verschillende partijen een bijdrage leveren en kan de economische ontwikkeling rondom de toekomstige Lelylijn worden benut, zoals Klaas Knot adviseert.

Noordelijk Nederland stelt al langer dat een betere bereikbaarheid over spoor het fundament is voor economische ontwikkeling. ,,Daarom werken we nu al met het Rijk aan het spoor tussen Zwolle en Leeuwarden/Groningen en de MIRT-verkenning (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) van de Nedersaksenlijn.’’ Het starten van de MIRT-verkenning is een noodzakelijke stap, waarin duidelijk wordt hoe de Lelylijn er precies uit komt te zien en welke bijdragen provincies en gemeenten kunnen leveren.