Afbeelding

CDA Midden-Groningen: gemeente moet nog beter toegankelijk worden

Algemeen

HOOGEZAND - Het CDA Midden-Groningen ziet Slagerij Kuipers in Hoogezand als voorbeeld van een goed toegankelijke winkel. De ondernemer werd daarom zaterdag in het zonnetje gezet. 

De partij spreekt haar waardering voor deze en een klein aantal andere winkels uit vanwege de aanwezigheid van een hellingbaan met een veilige hellingshoek aan de voorgevel, elektrische deuren bij de ingang, lage vitrines met producten en respectvolle ondersteuning vanuit het personeel.  Het CDA benadrukt dat zelfstandig winkelen en het bezoeken van horecagelegenheden niet zo vanzelfsprekend is als dat menig persoon denkt. 

Dat stelt raadscommissielid Wesley Ferwerda en nummer drie op de lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen. Als rolstoelgebruiker komt hij dagelijks allerlei obstakels tegen. ,,Overigens is op winkelcentrum De Hooge Meeren vrijwel niets aan te merken, maar dat komt omdat het pand überhaupt al zeer toegankelijk is. Voor panden waarbij minder goed rekening is gehouden met toegankelijkheid geldt dat het vrijwel altijd gaat om bestaande bouw. Tegelijkertijd heeft elke ondernemer de onderzoeksplicht om, juist ook bij bestaande bouw, uit te zoeken met welke redelijke aanpassingen een gebouw toegankelijker kan worden. Het gaat dan wel altijd om gebouwen die met eenvoudige aanpassingen toegankelijker kunnen worden. Deze plicht vervalt als aanpassen niet redelijk is. Dat het een onbetaalbaar verhaal wordt kan ik dus alvast ontkrachten.’’

Volgens de inwoner van Foxhol is met name een elektrische deur belangrijk. ,,Als een pand een elektrische deur heeft maakt dat een enorm verschil, want dan kunnen rolstoelgebruikers, mensen met een rollator en mensen met bijvoorbeeld een kinderwagen zonderhulp binnen komen. Het grote misverstand is vaak dat men zich niet realiseert dat een samenleving pas echt toegankelijk is als mensen zelfstandig en zelfredzaam zijn. Zonder elektrische deur heb je altijd hulp nodig.’’ Ferwerda stelt ook dat de openbare ruimte nog niet altijd ‘af’ is. Als voorbeeld wijst hij naar de staat van trottoirs door verzakking, de gaten in fietspaden of veel te steile opritjes en de bekende schuin oplopende stoepranden in de Vosholen waardoor rolstoelgebruikers de stoep niet opkomen. ,,Daarnaast is lang niet elke vitrine, balie of aanmeldzuil bij bijvoorbeeld de apotheek gevestigd op rolstoelhoogte en dan heb ik het nog niet eens over toiletvoorzieningen in cafés en restaurants. Dat klinkt allemaal negatief, maar ik zie het meer als kritische blik en aanmoediging, omdat we er anno 2026 echt nog niet zijn. Tegelijkertijd heb ik wel het gevoel dat Midden-Groningen een voorbeeld kan zijn voor andere gemeenten, omdat we hier graag de mouwen opstropen en aan de bak gaan. Ondernemen en ‘het regelen’ zit in ons bloed. Ondernemers en ambtenaren, maar ook wethouders en raadsleden, zijn onwetend en daarom is het belangrijk dat ervaringsdeskundigen een helpende hand uitsteken om samen te werken met alle betrokkenen.’’

Naast de opdracht aan ondernemers hebben gemeenten zelf ook een plicht om een lokale inclusie agenda te realiseren. ,,Als eerste stap, na de verkiezingen, gaan we de lokale inclusie agenda (LIA) vaststellen. Daarin wordt beschreven hoe een gemeente het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (VN-verdrag Handicap) implementeert tot aan 2040, want in dat jaar moet die zijn afgerond en moet Nederland een inclusieve samenleving zijn. Implementatie is een doorlopend proces en daarom is ook een uitvoeringsagenda cruciaal. Daarin worden ieder jaar doelen bijgesteld. Dat zal de tweede stap zijn wat ons betreft. Een LIA is verplicht op basis van maar liefst drie wetten. Dat gaat bijvoorbeeld om beleid over wonen, zorg, openbaar vervoer, onderwijs, vrijetijdsbesteding; sporten, werken en fysieke toegankelijkheid, bijvoorbeeld elektrische deuren, een lage aanmeldzuil of een stem in liften, zodat mensen die blind zijn gemakkelijk weten op welke verdieping ze zijn.’’ Aan alle drie wetten voldoet de gemeenten nu niet. 

Daarnaast is toegankelijkheid van de openbare ruimte wel geregeld in de Omgevingswet, maar doordat de praktijk weerbarstiger is kan ook dat beter. ,,Het allergrootste probleem, zelfs bij nieuwbouw, is nog altijd dat de wet- en regelgeving voor de bouw, door steeds meer critici wordt bestempeld als strijdig met het VN-verdrag Handicap. Daarom is bijvoorbeeld de nieuwe NEN9120-norm geïntroduceerd. Helaas is die norm vrijwillig. Je ziet bij de landelijke politiek enerzijds een reflex dat een beter toegankelijke samenleving geendiscussie is, maar anderzijds komt het niet of tergend langzaam van de grond, we moeten ervoor zorgen dat wij het als Midden-Groningen beter gaan doen.’’ 

Adviesgroep
Als dit beleidsplan er is kan ook een ‘adviesgroep toegankelijkheid’ worden geïnstalleerd. Het VN-verdrag Handicap verplicht om ervaringsdeskundigen te betrekken bij het opstellen van beleid. De kritische noot is dat dit in de gemeente Midden-Groningen onvoldoende geborgd is. ,,Wij als CDA denken dat een adviesgroep een succes kan worden, net zoals bijvoorbeeld in de gemeente Groningen. Dat is een aantoonbaar succesvol voorbeeld. Een dergelijke groep willen wij laten bestaan uit onder anderen ervaringsdeskundigen, een ambtenaar met een bouwtechnische- en juridische achtergrond, ervaringsdeskundigen, gebiedsregisseurs, belangenorganisaties, mantelzorgers en bijvoorbeeld enkele gemeenteraadsleden. Deze adviesgroep zal gevraagd en ongevraagd advies gaan geven. Als CDA staan wij te popelen om er na de verkiezingen mee te starten.’’

Ferwerda weet 100 procent zeker dat elke betrokkene en ook ondernemers groot voorstander zijn van een beter toegankelijke gemeente. ,,Laten we de schouders eronder zetten en samen zorgen voor Midden-Groningen.’’