Twee ooievaars zondagmorgen bij Kolham, in gezelschap van twee grote zilverreigers.
Twee ooievaars zondagmorgen bij Kolham, in gezelschap van twee grote zilverreigers.

Ooievaars worden geteld rond Midden-Groningen

Algemeen

HOOGEZAND - Heeft de vogelgriep ook invloed gehad op het aantal ooievaars? Die vraag stelt de Stichting Ooievaars Research & Knowhow (STORK). 

Afgelopen weekeinde vond de jaarlijkse ooievaarswintertelling plaats om mogelijk een antwoord op die vraag te krijgen. STORK riep op om zaterdag en zondag waarnemingen te delen om een beeld te krijgen van het aantal ooievaars in Nederland en dus ook in de landelijke gebieden van de gemeente Midden-Groningen. In vrijwel elk dorp in Midden-Groningen komen één en hier en daar zelfs meerdere ooievaarsnesten voor. Een flink aantal daarvan zijn in het vroege voorjaar en soms zelfs nog in de wintermaanden bewoond en meestal worden met succes de jongen groot gebracht.

De telling vindt plaats in januari omdat STORK wil weten hoeveel ooievaars in Nederland overwinteren. De stichting is in het bijzonder benieuwd of de vogelgriep van het afgelopen jaar van invloed is geweest op de ooievaarspopulatie. Vorig jaar werden er 986 vogels geteld, in 2021 waren dat er 991. Deelnemers kunnen hun waarnemingen delen via waarneming.nl. Ook staan op ooievaars.eu contactgegevens van STORK om de bevindingen telefonisch en per mail door te geven. 

In het algemeen gaan Nederlandse ooievaars op trek naar Zuid-Europa en West-Afrika. In de winter, wanneer de bodem bevroren is, is het voor ooievaars land lastiger om aan voedsel te komen. Ze eten vooral regenwormen, maar ook insecten, slakken, muizen en mollen. Toch blijven in de (zachte) winters steeds meer ooievaars in Nederland. In die zachte winters kunnen ooievaars hier heel goed voedsel vinden. Regenwormen zijn goed bereikbaar en er zijn ook altijd wel muizen te vinden. Veel ooievaars verblijven in de buurt van hun (paal)nesten. Het nest dient dan als slaapplek en uitvalsbasis.