Hoewel er minder wespen geteld zijn, is 2025 toch een beter wespenjaar dan vorig jaar. (foto: Nathan Veenstra)
Hoewel er minder wespen geteld zijn, is 2025 toch een beter wespenjaar dan vorig jaar. (foto: Nathan Veenstra)

Limonadewesp staat weer op 1 in Nationale Wespentelling

Algemeen

REGIO - De limonadewesp staat wederom op de eerste plaats in de Nationale Wespentelling 2025. Net als vorig jaar staan ook de zweefvliegen en de honingbij respectievelijk op positie 2 en 3. 

De gemiddelde aantallen per telling voor de meeste insecten op de lijst zijn grotendeels gelijk gebleven. Er zijn twee soorten die gemiddeld beduidend meer geteld zijn dan in 2024: de Franse veldwesp en de Europese hoornaar. Er zijn 1677 limonadewespen geteld, wat neerkomt op een gemiddelde van 4,3 limonadewespen per telling. Dit is een daling ten opzichte van vorig jaar met gemiddeld 8 per telling, terwijl 2025 als beter wespenjaar wordt gezien dan 2024. Hoe kan dit? Voorzitter Sjoert Fleurke van de Wespenstichting: ,,De belangrijkste reden voor deze daling is het feit dat dit jaar ook wespennesten konden worden ingevoerd. Hierdoor daalt het gemiddeld aantal getelde wespen, omdat er bij een wespennest al snel tientallen wespen geteld worden.’’ 

Toch zijn er mensen die aangeven dit jaar minder wespen te zien. Fleurke: ,,De signalen zijn erg wisselend. Er zijn mensen die spreken van overlast, terwijl er weer anderen zijn die nauwelijks wespen hebben gezien. Dit jaar is wel duidelijk een beter wespenjaar, dat zien we aan het grote aantal hulpaanvragen dat we krijgen.’’ Wat opvalt is dat het aantal tellingen beduidend minder is dan vorig jaar: 389 tellingen door 272 deelnemers, terwijl er in 2024 maar liefst 857 keer geteld werd door 679 deelnemers. Woordvoerder Nathan Veenstra: ,,Vorig jaar was natuurlijk het Jaar van de wesp, wat de wespentelling in een ander daglicht zette. Hierdoor zijn gelukkig veel nieuwe deelnemers aangehaakt, waarvan dit jaar kennelijk ook weer de nodige zijn afgehaakt. En augustus is meestal toch wel net een lastige maand, omdat er nog veel mensen op vakantie zijn. Je weet nooit hoeveel invloed dat nog heeft.’’ 

Naast de drie stijgers zijn er ook opvallende dalers en gelijkblijvers. Waar zweefvliegen, honingbijen en de wespen die niet op soort gebracht kon worden (‘wesp onbekend’) daalden, bleef het gemiddelde van de graafwespen en de muurwespen gelijk. Bij de graafwespen is dat opvallend, omdat de harkwesp Insect van het jaar is. De aandacht voor deze graafwesp zou tot meer aandacht voor graafwespen in het algemeen, en dus meer tellingen van graafwespen kunnen leiden. Dat lijkt niet het geval. Een nieuwkomer in de top 10 met alleen wespensoorten is de Aziatische hoornaar, die in 2017 voor het eerst gesignaleerd is in Nederland. Is dit een voorbode van de opkomst van deze exoot? Veenstra: ,,Omdat het om lage aantallen gaat, valt er weinig met zekerheid over te zeggen. Dat de soort inmiddels in heel Nederland te vinden is, is zeker. Om echt iets zinnigs te kunnen zeggen over de Aziatische hoornaar of andere soorten waarvan er minder dan honderd geteld zijn, hebben we meer data nodig.’’

In Groningen valt het lage aantal per telling op: de limonadewespen staan bovenaan met gemiddeld 1,4 per telling, waar gemiddeld 1,2 honingbij geteld werd. Er kunnen weinig conclusies worden getrokken uit de aantallen en gemiddelden, omdat er relatief weinig deelnemers waren in Groningen. Dit geldt overigens voor alle drie de noordelijke provincies.